verdieping opstellingenwerk: het levensintegratieproces (LIP)

Het levensintegratieproces (LIP) is een nieuwe vorm van therapeutisch werk met opstellingen. Daarbij zijn twee dingen nieuw: ten eerste gaat het, anders dan bij familie- of systeemopstellingen, niet om de relaties met andere mensen of de plaats of de rol in het systeem, maar enkel en alleen om de individuele mens en zijn innerlijke houding ten opzichte van zichzelf. Ten tweede wordt representanten in een LIP opstelling een vaste plaats toegewezen. Die plaats komen voort uit Wilfried Nelles‘ theorie van de ontwikkeling van het menselijk bewustzijn en de daarin beschreven zeven levens-en bewustzijnsniveaus.

LIP berust op het inzicht dat ons leven met alles wat daarin heeft plaatsgevonden volstrekt zonder alternatief is, dat wil zeggen dat we niet meer kunnen veranderen wat heeft plaatsgevonden. In die zin is dus alles “juist”, zoals het is en zoals het was.

Ten tweede volgt LIP het besef dat het verleden niet bestaat, behalve in onze hoofden. Het verleden is datgene wat voorbij is, en wat voorbij is bestaat niet meer. Alles wat bestaat is nu. Het verleden belast ons slechts in die mate dat we, vaak onbewust, bijvoorbeeld ten gevolge van een trauma, ons er diep van binnen niet bewust van zijn dat het voorbij is. Maar ook omdat we het voorbije een betekenis geven, omdat we het niet willen loslaten. Daarom ligt de focus van het LIP werk in het nu. Wij observeren weliswaar de voorbije levensfasen (de tijd in de baarmoeder, de kindertijd en de adolescentie) maar alleen op een zodanige wijze dat wat zich toont, dat we ons dat “her-inneren”, dat wil zeggen het aanvaarden zonder enige wijziging. De oorzaak van onze problemen zien we niet in de gebeurtenissen zelf, maar enkel en alleen daarin hoe we ons daartoe nu verhouden.

Wij werken overwegend met het LIP format, dus de opstelling van de levensfasen van het ongeboren kind, het kind en de adolescent. Deze posities worden door representanten vertegenwoordigd. De cliënt zelf staat op de positie van de volwassene (Niveau 4) en kijkt van daaruit naar zijn vroeger levensfasen. Bij oudere deelnemers kan het ook gebeuren dat de cliënt op niveau 5 (de rijpe volwassene) of 6 (de ouderdom) staat.

Tijdens deze workshop wordt je uitgenodigd om met een open hart, in het nu, open voor de toekomst met alles wat je bent, te leven. De cliënt staat meestal op de plek van de “volwassene” en stelt representanten op voor de drie eerdere fasen van het leven: “het ongeboren kind (je essentie)”, “het jonge kind” en “de adolescent”. De opstelling dient als een mogelijkheid om de ervaringen uit al deze fasen op zielsniveau te ontmoeten en ze te laten zijn; zonder spijt, zonder verwijt, zonder schaamte, zoals ze waren. In dit “laten” wordt de cliënt “gelaten”, dat wil zeggen, de cliënt ontspant zich helemaal. Daarmee ontspant zich ook de spanning in de volwassen cliënt en komt hij (of zij) in harmonie met hoe hij nu is en met alles wat hem daartoe heeft gebracht. Tegelijkertijd komt hij in contact met datgene wat in hem als spiritueel zaadje is aangelegd: zijn volstrekt eigen en oorspronkelijke potentieel. En de weg wordt vrij zodat dat potentieel zich volledig kan ontvouwen.

We leven pas ten volle als we ons door het leven laten aanraken. Deze aanraking kan zowel mooi als pijnlijk zijn. Als we alleen het mooie wensen en terugschrikken voor pijn of verdriet en als we alles onder controle willen houden sterven we van binnen. Dat is de basisgedachte van de fenomenologische psychologie – zij volgt het leven zoals het zich telkens aan ons voordoet.